TWEE POORTEN historisch gezien
Summiere geschiedenis van de wijk ” ’t Zand “.
Driehoek, gelegen ” up’t zandt ” of op ” ‘Tzant ter muden”,
tussen drie poorten, m.n. Vijfwindgatenpoort, Brusselsepoort en Sint-Lievenspoort
In de tijd van Jacob van Artevelde (1338) begonnen de eerste werken aan de Brusselsepoort en de Sint-Lievenspoort en de stadsgracht. Deze maakten deel uit van de vierde defensiegordel rond de stad. Circa 1300 was de derde gordel, Vijfwindgatenpoort, gebouwd, vijftig jaar eerder de Hooi- of Steenpoort (bij de Abeelstraat) en in de twaalfde eeuw de Braem- of Brabantpoort (bij Prof. Laurentplein). De Keizersvest, een stadsgracht die de Schelde bij het binnen- en buitenstromen van Gent verbond en die tot doel had dit gebied te beschermen, kwam tot stand in 1378-1384.
Het Zand was een veel gebruikte benaming voor de omgeving voorbij de Vijfwindgatenpoort tot aan de Brusselsepoort en Sint-Lievenspoort. Deze zanderige duinrug werd volledig omsloten door water. (zie kaartje)
In 1540 beval Keizer Karel de afbraak van de Vijfwindgatenpoort, wat de Gentenaars in 1796 onverwijld uitvoerden.
Aan het begin van de Sint-Lievenspoortstraat (pare nummers) bevinden zich in het Sint-Clarastraatje de resten van de omheiningsmuur van het “Rijke Klarenklooster”. Dit straatje liep destijds tot aan de oever van de Oude Schelde (H. Frère Orbanlaan). De bouw van het klooster op die locatie dateert uit 1613. Nadat de orde in 1783 was opgeheven, kregen de gebouwen achtereenvolgens de functie van militair hospitaal, huidenvetterij en katoenfabriek. Het klooster zelf werd gesloopt tussen 1839 en 1889. Uit die tijd dateert de brouwerij “De Rockere” die tot in de jaren 20 grondwater gebruikte voor de bierproductie. Daarna werd nog enige tijd gepoogd water via de spoorweg aan te voeren, maar uiteindelijk verdween de brouwerij wegens gebrek aan drinkbaar water.
Het Pesthuis van Sint-Macharius, waar besmettelijke zieken werden verzorgd, werd gesticht in 1582. In 1754 volgde de uitbreiding tot ruiterijkazerne De eentonige bepleisterde gevel langs de Brusselsepoortstraat dateert van 1835, toen het Pesthuis tot artilleriekazerne werd verbouwd. In de jaren negentig van vorige eeuw kleurde de monotonie tot de roodbruine streepjescode van de Hollainhof-woonkazerne.
Een waterstraatje dat van ‘t Zand naar de Neder-Schelde leidde en waar de buurtbewoners zich van het nodige water konden voorzien, werd bij de bouw van de kazerne afgeschaft en ingenomen. Daarom werd een nieuwe openbare pomp opgericht, versierd met attributen ontleend aan de vlakbij gelegen militaire instelling. Die monumentale pomp werd uitgevoerd door beeldhouwer Parmentier. De waterput eronder werd door Jan Baptiste Hosten, meester-mester, uit de Brusselspoortstraat gemetseld. Het ontwerp was van de hand van Louis Roelandt.
Op het einde van de Lange Violettestraat, waar ze versmalt, even voorbij de Vijfwindgatenstraat, stond eertijds een stuw, die het waterpeil regelde tussen Opper- en Neder-Schelde. Daarnaast lag de kleine stadsvolmolen, aangedreven door een waterrad, in werking gesteld door het verval van de stuw. Aan de andere zijde van de stuw bevond zich een watering of gewad.
De onmiddellijke omgeving van de Vijfwindgaten was een van de eerste sterk geïndustrialiseerde kernen van Gent in de 18e eeuw. In de tweede helft van die eeuw kwamen er verscheidene sterk - water en lucht - vervuilende bedrijven: zout- en zeepziederijen, brouwerijen en kleurstofraffinaderijen. Vander Schelden liet in 1798 twee waterraderen als drijfkracht voor zijn fabriek construeren op een ondergronds kanaaltje van de Kleine Opper-Schelde aan de Vijfwindgaten. (zie foto)
In het midden van de 19de eeuw kwamen er grote veranderingen onder invloed van het inmiddels gebouwde Zuidstation. De Muinkmeersen werd gesaneerd (1848) en bepaalde delen van de Oude-Schelde overwelfd.
Tot tegen de loop van de gedempte Oude Schelde (H. Frère-Orbanlaan) kende de parenummerzijde van de Sint-Lievenspoortstraat gedurende de eerste helft van de 19e eeuw een ongemeen grote bouwactiviteit. Deze bouwwoede werd overgedaan in de tweede helft van de twintigste eeuw door de bouw van hoge verticale beluiken langs de H. Frère Orbanlaan. Zogenaamde luxehokken rondom smalle, donkere gangetjes en lift- en trapkokers.
Het grote aantal beluiken dat hier uit de grond werd gestampt, illustreert de woekerwinsten die huisjesmelkers, toen en nu, uit die vorm van “stadsuitbreiding” konden halen. Het grootste gedeelte dateert uit de jaren 1830-1860, maar sommige van de nog bestaande beluikencomplexen zagen al in het begin van de negentiende eeuw het licht.
Het steegbeluik met uiterst smalle toegang maakte het grootste gedeelte van die bouwvorm uit. Vanaf de jaren 1835-1840 werden in de Lange en Corte Krevelsteeg vele beluiken, met in totaal 150 huisjes, opgetrokken, tussen de bestaande 16e- en 17e-eeuwse behuizing voor de kleine man.
De wijk stond bekend als één van de ongezondste: de huizen waren zeer dicht opeen gepakt en de wijk was grotendeels omringd door water, gevangen tussen de Neder-Schelde en Oude-Schelde, die niet meer was dan een open riool.
Epidemieën slaan hier dan ook extra hard toe: in 1832 waren er hier zoveel zieken dat een tijdelijk ziekenhuis moest worden geopend, in 1854 was er 1 dodelijk slachtoffer op 4 in deze wijk, in 1859 werd die verhouding zelfs 1 op 3. Bij de grootste uitbraak, in 1866, vielen er hier 592 doden, waarvan maar liefst 84 in de wijk van Sint-Lieven. Het merendeel van de inwoners van deze beluiken werkten in de textielindustrie, de meerderheid bij de n.v. Lousbergs.
Onder invloed van het werk van sociaal bewogen prominenten, zoals Dr. Mareska, houdt het stadsbestuur aarzelend rekening met de sanering van dichtgebouwde wijken.
Er worden nieuwe straten getrokken : 1837 Sint Lievensdoorgang, 1844 Vijf windgatenstraat , 1860 : opening van de Frere Orbanlaan, 1890 H. Waelputstraat, Karel Antheunisstraat, 1936 Clarissenstraat. Deze aanleg ging ook gepaard met de aanleg van rioleringen.
De Oude-Schelde en de Kleine Opper-Schelde worden over een periode van nagenoeg 100 jaar geheel gedempt. De Vijfwindgatenbrug (1939) wordt gesloopt, evenals de resten van de vestingsmuur en -torens. Alleen van de walmuur bleven enige delen behouden als zuidgrens van het Klein Begijnhof. (zie foto Hooietoren)
Op de plaats van de huidige betonnen fly-over over de Neder-Schelde lag enkele decennia geleden de ijzeren Willemsbrug. Ze werd in 1820 gebouwd ter vervanging van het veer dat vroeger de Keizerspoort met de Visserij verbond. De brug werd door ’s Lands Domeinen bekostigd en men moest een “oordje” betalen om erover te mogen. Toen dat te duur bleek voor de bewoners van de Visserij, en ook voor het stijgend aantal arbeiders dat er tewerkgesteld was en in de beluiken op het Zand woonde, kocht het stadsbestuur in 1833 de brug en werd het overgangsgeld afgeschaft.
De brug vormde ook de verbinding tussen de Keizerspoort en de aanlegplaats voor de stoomboot naar Antwerpen. (zie tekening in deel X van Ed. Callion) De maatschappij Mercurius verzorgde vanaf 1827 een lijndienst naar Antwerpen. De eerste stoomboot, De Hoop, had hier in maart 1824 aangemeerd, de Zeeschelde opvarend. Tussen Gent en Antwerpen werd vanaf 1835 voor de eerste maal een regelmatige beurtdienst georganiseerd door twee stoomschepen, Le Phénix en Hirondelle. De prijzen van dat openbaar vervoer bedroegen toen nog vier frank voor eerste klasse, drie frank voor tweede klasse en twee frank voor derde klasse!
In 1874 denkt men in Gent de mobiliteitsproblemen te kunnen oplossen met de aanleg een paardentramnet, waarvan in 1875 een nieuwe lijn geopend wordt van Sint Annaplein, Lange Violettestraat, Brusselsepoortstr tot Brusselsepoort. Dat voldeed uiteraard niet en na een poging met accumulatorentrams besluit men in 1903 deze door trolleyrijtuigen te vervangen. In 1904 volgen trolleywerken, m.n. het plaatsen van palen en draagbeugels begon op in de Brusselstr en Lange Violettestraat. De wachttijd aan de haltes bedroeg een theoretische 10 min, wat ongeveer even lang duurde als de huidige 6 minuten-wachttijd. Er kwam een soort Sonderpolizei, kaartjescontroleurs met een politionele bevoegdheid De klachten van het personeel waren zoals vandaag zeer uitgebreid. Een eerste werkstaking werd in al1906 georganiseerd. De trend was gezet. De klachten van de tramgebruikers waren nog frequenter, maar daar werd en, wordt zoals vandaag, geen rekening mee gehouden.
De Sint-Lievensbrug over de Schelde verbond de genoemde straat met de Hundelgemsesteenweg. In de m middeleeuwen liepen straten rechtdoor. Tijdens Calvinistische periode trok men S-lijnige straten. De Sint-Lievenspoort en –brug stond daardoor niet recht op de Hundelgemsesteenweg. In latere tijden werd deze strategische aanpak overbodig. In 1937 liep de nieuwe Sint-Lievensbrug over beide Scheldearmen. Ze werd na de Tweede Wereldoorlog nog eens herbouwd en maakte in 1972 plaats voor een nog grotere brug, omwille van de E 17-werkzaamheden en de Ringlaan. Daardoor verloor de Sint-Lievenspoortstraat definitief haar karakter van invalsweg. Alleen de Brusselspoortstraat heeft haar functie van hoofdinvalsweg sedert de prehistorie kunnen behouden en dat hoort ook zo te blijven.
Adrien Brysse
Bronnen
Archiefbeelden, Gent deel III, p.45-46 en deel V, Beluiken, poortjes en cités,2003, p.54-55 en p. 61-66;
Atlas Goegebuer in het Stadsarchief ( oa kleurplaat “L’arc de triomphe dressé en 1810 a l’entrée de la porte de Bruxelles pour l’entrée de Napoleon I (jb De Noter) nl planche IV in: Joseph Casier, Anciennes vues de Gand, Album…1924.)
Baillieul, B. en Van Doorne, G., Wandelen door de Sint-Annaparochie, Gent, 1994, p. 3.
Balthazar H. ea, Onderzoek naar de Gentse beluiken, 1978; WIARUG bevindt zich thans in AMSAB)
Binst S. en M. Verschaffel, Gent Zuid, een stationswijk, in: Monumenten en Landschappen, juli-aug 1987, p. 22-41;
Bohez R., ea, Verdwenen hoekjes van het oude Gent, 1994, foto nrs.104,105, 107,108,109;
Bouwen door de eeuwen heen, stad Gent, 4nb Noord-Oost, 1979, p. 57,102,166,209,318,325 ,356, 371 en 377;
Capiteyn A, ea, Gentse torens achter rook van schoorstenen. Gent in de periode 1860-1895, 1983;
Celis Gabriel, Beschrijving van Gent, 1920;
Claeys P. en A. Heins : Gand sous le gouvernement Néerlandais (1815-1830) avec dix planches d’après Wynants par A. Heins (Gent 1904).
Claeys P.: Les anciennes fortifications de la ville de Gand. La porte de l’empereur (Messager Sciences historiques 1886).
De Gentenaar magazine, 26/6/1998 p.15 en 8-9;
De Keukeleire E.: Gent-Zuid, Deel 7
De Pauw N. en J. Vuylsteke : De Rekeningen der Stad Gent. Tijdvak van Jacob van Artevelde 1336-1349
De Potter Frans, Gent van den oudsten tijd tot heden,
Decavele J., ea, Een vreemde eend in de Belgische bijt, Gent in de periode 1830-1860,, 1980;
Deseyn G., Gids voor oud Gent, 1984;
Deseyn Guido, De Gentse beluiken,Viat 1983;
Fris V., De historische persoonsnamen der straten van Gent, 1913?, p.155 en 163;
Gemeentebladen-Bulletin Communal met raadsverslagen en “memorial de la ville de Gand”
waarin aflijningsplannen van straten. In Documentatiecentrum voor Streekgeschiedenis Doctor Maurits Gysseling
Gent Schoon geprent, 1995, p. 160-161;
Gessler, J., De aloude bedevaart naar Sint-Lievens-Houtem, in: Oostvlaamse Zanten, XVI, 1941, p. 65-73.
Ghendtsche Tydinghen, over de wijk Het Zand.:
1974/1/26-27,; 1975/1/15-26, ; 1977/1/34-36, ; 1979/1/13 en 6/292-293,306,;
1980/5/244 en 256, ; 1983/4/197, 251-261 en 6/295,304-307, ; 1985/6/313-330,; 1986/4/182-186,; 1987/4/210-212,,;
1988/4/183-185,187, 279-281 ,6/358-359, ; 1998/6/346-347,;
1999/4/220,224-227 en 5/244 en 261 en 6/321-322, ; 2003/6/397, ; 2004 p259-260, ; 2005/3/183.;
Gysseling M., Gent’s vroegste geschiedenis in de spiegel van zijn plaatsnamen, 1954;
Haerens K., Oude straatnamen van Gent, 1982, p. 58 en 87
Hooft Elise, huizen van Architect Semey in de Sint Lievenspoortstraat (van 1897, 1900 en 1901)
Jacobus Gustaaf Semey (1864-1935) Bouwmeester in Gent, 1997 ,meer bepaald naar deel 2, catalogus, p. 80, 122 en 151.
Jong A.P. de Jong GSA1 3.GC.47 Het edele huis.
Korte geschiedenis van de instellingen van de congregatie van de zusters van liefde aan de Sint Lievenspoortstraat . 1983 bibliotheek : GSA — signatuur : GSA1.3GC47
Memorieboek, deel II, III
Memorieboek, deel II, blz. 50.
Stadsarcheologie, 8/1/p57, 10/3p42,12/3p8,17/1p33-34,1984p31;
Steyaert J.J., Volledige beschrijving van Gent…,1857;
Van Wesemael Maurits, Vluchtige kennismaking met wt eens Overschelde was, in : Ghendsche Tydinghen (GT), Vluchtige kennismaking met wat eens overschelde was,
1975/4/p124-131; Idem, “Neen, de Oude Schelde is niet altijd oud geweest”, in: GT 1983/4/p. 186-214 en 1983/6/p 337-338en 341-342;
Vander Straeten M., De Schelde, wandeling 16/7/1973, in GOV: Langs de Gentse Waterwegen, herinneringsalbum
Verhandelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent , Société d’histoire et d’archéologie de Gand , 1902
Vermeesch Karel, wandeling door de Sint-Lievenspoortstraat,
over de Schelde en langs de Franse Vaart, iin: Gentse GOV ,Stadswijken en beluiken, een reeks wandelvoordrachten-Gentse Feesten 1990,
GOV, p. 109-128 (met kleine bibliografie);(zie ook GOV-Heraut, 1991 nr 2, bijlage 109-128);
WIARUG-berichten, maart 1977.