tweepoorten.be

Site menu:

Get the Flash Player to see the slideshow.

Zoek op site

Gallery

DCP_3493.JPG DCP_3467.JPG DCP_3477.JPG DCP_3443.JPG DCP_3429.JPG DCP_3452.JPG DCP_3483.JPG DCP_3484.JPG DCP_3474.JPG DCP_3460.JPG

Tags

 

February 2010
M T W T F S S
« Jan   Mar »
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728

Links:

Tweepoortenwandeling 7/02/2010

Dit is de transcriptie van wat verteld werd of verteld had moeten worden op deze wandeling. Doe ze opnieuw aan de hand van deze tekst. Ga naar herberg de “Wapens van Gent”, bestel een drankje en lees daar het stuk “Deel 1 : Sint-Lievenspoortstraat”.

 

Deel 1 : Sint-Lievenspoortstraat

in de “Wapens van Gent” : start en uitleg over de hydrografie en topografie van Gent. Wat is er hier de jongste 200.000 jaar veranderd?

Gent en haar “Bergen”

Gent heeft iets met bergen. Onze voorouders moeten in het platte en vlakke landschap van Vlaanderen, heuvels aanzien hebben als “bergen”. Er zijn in Gent zo’n twintigtal straten met “berg”. Zelfs een aantal omliggende gemeenten hebben een bergnaam: Sint Amandsberg, Ledeberg …

Tussen Leie en Schelde, voor we Gent binnenkomen vanuit het zuiden, liep een heuvelkam in zuidwestelijke richting. Mocht die kam er niet geweest zijn dan was de Leie al voor Gent in de Schelde opgegaan. Onze hoogste berg in Gent is 2.900 cm hoog : de Blandinusberg. Ter hoogte van de huidige Platteaustraat op deze Blandijnberg lag een plek die de Caleye (de Klei) genoemd werd en herinnert aan de geologische samenstelling van de Blandinusheuvel, een zogenaamde erosiegetuige, hoofdzakelijk bestaande uit zandlagen met aan de top klei van Assche, die het weerstandbiedende element is geweest tegen de uitschurende Leie en Schelde.

Voorts zijn daar de Kattenberg (katapulten en geen katten), Kantienberg, Hoveniersberg, Parijsberg (Vooruit, Lammerstraat),  de Platteberg (de vroegere Kleine Huidevettershoek), Wijnberg (Watersteeg), Kalandenberg, Zandberg, Kwintensberg, Rijsschenberg en de Nekkersberg, Galgenberg, St.-Machariusberg en de Krekelberg, Berg van Barmhartigheid (Mons Pietatis) en de nergens meer vermelde Zwaluwenberg (Ter Platen).

Waterlopen in Gent tijdens de middeleeuwen (©Van Werveke 1892)

 

 

Waar liepen Leie en Schelde ?

 

Zo’n 200.000 jaar geleden liepen de rivieren in Vlaanderen rechtstreeks naar zee. Daarvoor, in de periode van het Pleistoceen, was er een opeenvolging van koude (met toendralandschap) en warme periodes, - het z.g. glaciaal en interglaciaal - die er voor gezorgd hebben dat zich een 30 m dikke afzettingslaag in Vlaanderen voor de kust heeft afgezet.

Tijdens de laatste droge en koude fase van de Weichsel-ijstijd (die duurde van -116.000 tot -11.500 jaar, Weichsel Glaciaal genoemd, dat een etage is van de serie Pleistoceen (vanaf -2.500.000 jaar)) vormde zich door de werking van de wind een dekzandrug die de Vlaamse Vallei afdamde tussen Maldegem en Stekene (50 km). Die sloot de waterafvoer af richting west naar zee. Tussen Temse en Hoboken heeft zich op een bepaald ogenblik een doorbraakdal gevormd dat de avoer van het water uiteindelijk naar zee via Antwerpen mogelijk maakte.

Door opwarming (verdwijnen van de blijvend bevroren ondergrond of permafrost) kwam er meer plantengroei die de erosiemogelijkheden van de rivieren inperkte en diepere verticale insnijding van de rivierbodem mogelijk maakte. Van tot 200 m brede rivieren bij hoogwater kwam er een meanderend rivierpatroon. Bij het begin van het Holoceen (vanaf -10.000 jaar) werd het klimaat zachter en kwam er ook bos. Rivierdebieten verminderden en er kwam vervening die stopte rond 500/600 na Ch. Vanaf de 13e eeuw werd dat veen (turf) gebruikt als brandstof, omdat Vlaanderen bosarm was geworden. Dat turf kwam naar Gent via de Schipgracht, dat gelost werd aan de Torfbriel (Sluizeken).

 

De Schelde liep tot het jaar 1000 via de Oosterschelde in zee. De Westerschelde was er een smalle waterloop tussen zeer vele eilanden. Na 1250-1500 begon de Honte (Westerschelde) te verbreden. Door inpolderen, militair onderwaterzetten en dieper uitbaggeren van de Westerschelde kreeg de zee meer toegang inlandwaarts.

 

De Vlaamse vallei is zeer vlak met hier en daar een 2 à 3 m hoge donk of zandige opduiking (Ooidonk, Mendonk, Desteldonk). De grotere donken aan weerszijden van rivieren werden grote akkercomplexen, het zijn de kouters of kouterruggen. Aan buitenkant van de meanders vindt men oeverwallen, afzettingen van de rivier. Daarnaast komen cuesta’s voor (interfluvia). Een van de belangsrijkste getuigenheuvels is de Blandijnberg met de typische steile valleihelling, de steile rand aan de kant van de Muinkaai en Baertsoenkaai.

 

Wie meer over de hydrografie van Gent wil vernemen, leze de artikelen van Frank Gelaude en Luc Devriese, “De Vlaamse Vallei en haar rivieren” en “Schelde en Leie, wie mondt uit in wie … en waar?, p. 249-260 en 261-300 in jaarboek XLV, 2008, van de ‘Heemkundige Kring De Oost Oud-Burg’.

 

Voor u naar buiten gaat nog dit :

Deze herberg werd in 2007 nog de “Wapens van Antwerpen” genoemd. In 1776 is er een vermelding van de opvoering van een toneelstuk in de zaal van “Den Witten Leeuw” rechtover het Rijke-Klarenklooster. Het zou kunnen dat het hier om dezelfde herberg gaat ! Een andere mogelijkheid is dat dit de oude herbeg “De Zwaen” was, die stond in de Lievenspoortstraat en een uitgang had op nr 5 in de Brusselsepoortstraat. Een ander verhaal zegt dat dit een herberg was waar bedevaarders op Compostella samenkwamen vóór ze naar Brugge doorstapten. De Keizerpoort lag op de eeuwenoude weg van Brugge naar Novgorod en lijkt dus een aanvaardbaar verzamelpunt. Vanhieruit gingen ze via de Brabantdam, Jodenstraat, Kalandenberg, Mageleinstraat, Braunplein, Donkersteeg, Korenmarkt en Hooiaard naar de Brugse poort en zo verder richting Brugge.

Achterkant van herberg “de Swaen” op Brusselsepoortstraat nr 5. Toestand in 1832 voor afbraak. [SAG, reeks G12, map nr 2418, anno 1832]

 

Reageer hieronder op het bericht